Het gebied waar Spijkenisse nu ligt wordt al zeer lang bewoond. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat de eerste sporen van bewoning in het Maasmondgebied dateren van ongeveer 10.000 jaar geleden. Toen werkten er vissers (steurvangers) en jagers in het moerassige gebied van het huidige Spijkenisse.
 
De Middeleeuwse dorpskerk is het oudste gebouw in Spijkenisse.

De naam Spickenisse treft men voor het eerst in een bron van het jaar 1231 aan. De plaats dankt zijn naam aan de woorden spieke (spits) en nesse (letterlijk neus); een spits stuk uitstekend land langs een rivier.[3]
Spijkenisse is ontstaan als een boeren- en vissersgemeenschap aan een kreek van de Oude Maas. Op de noordoever vormde zich een woondijk, de huidige Voorstraat. De huizen, de akkers en een stenen kerkgebouw daaromheen groeide uit tot dorpskern. De middeleeuwse Oude Kerk en het Marktplein bestaan nog steeds en zijn een bezienswaardigheid, evenals de molen aan het Noordeinde. In de 16e eeuw werd het dorp enkele malen getroffen door overstromingen. In de 17e en 18e eeuw werd Spijkenisse getroffen door branden. Door deze rampen werd de welvaart en ecnonomische groei in het gebied belemmerd.
De Heer van Putten had zeggenschap over het grondgebied. Het wapen van die familie wordt tegenwoordig gebruikt als het stadswapen. In 1459 ging de heerlijkeid Putten, waaronder Spijkenisse, over naar Philips van Bourgondië. In 1581 kwam het gebied onder de macht van de Staten van Holland[4].

Van 1817 tot 1966 waren Spijkenisse en Hekelingen twee zelfstandige gemeenten onder één burgemeester. Na de Tweede Wereldoorlog was het dorp nog bescheiden van omvang (ca. 2500 inwoners), maar vanaf de jaren '60 en jaren '70 is de gemeente als groeikern uitgegroeid tot het huidige grotestadsformaat. Momenteel werkt Spijkenisse hard aan het ontgroeien van haar status van groeikern door het actuele Centrumplan: Een omvangrijk project dat Spijkenisse een groter en meer divers centrum moet geven.

[bewerk] Ontwikkeling van dijkdorp, via groeikern naar stad

De samenstelling van de bevolking bestond tot het midden van de twintigste eeuw vooral uit ambachtslieden en boeren die generaties lang afkomstig waren uit de directe nabijheid van Spijkenisse. Spijkenisse ligt tot 1903 op een eiland zonder vaste oeververbindingen en daardoor blijft vinden er weinig verhuisbewegingen plaats van en naar Voorne-Putten. Pas sinds de aanleg van een vaste oeververbinding met Rotterdam kwam er meer diversiteit in de bevolking.

In de jaren '60 van de twintigste eeuw groeit Spijkenisse door haar ligging ten opzichte van de groeiende Rotterdamse havens. Veel werkende Rotterdammers vestigen vervolgens in Spijkenisse om dichter bij het werk te kunnen wonen (vanaf de jaren '60 in Spijkenisse Noord, Sterrenkwartier en Groenewoud). In deze periode ontwikkelt Spijkenisse zich in een iets hoger dan normaal liggend tempo van een dorp tot een kleine woonplaats van ongeveer 30.000 inwoners eind jaren '70 (in Waterland). In deze periode verandert de bevolkingssamenstelling waardoor de 'oorspronkelijke' Spijkenisser uit de dorpstijd vrijwel geheel opgaat tussen de 'nieuwe' Spijkenisser bevolking die voor een omvangrijk deel vanuit Rotterdam (en omgeving) zich komt vestigen. Ook het eeuwenoude dialect moet daarbij plaatsmaken voor het Rotterdams.

Bij het door de Rijksoverheid aanwijzen van groeikernen in de vroege jaren '80 moet Spijkenisse zich vooral gaan ontwikkelen als een woonkern met vooral goedkope sociale woningbouw waar de vraag sterk naar groeit door het eveneens sterk groeiende aantal immigranten. Juist in dit decennium groeit Spijkenisse naar 70.000 inwoners waarvan verreweg het grootste deel in de wijk De Akkers komt te wonen (daarnaast ook in Vriesland, De Hoek en Vogelenzang). Ondanks dat de groei van de woonplaats niet direct zorgde voor een echte stadse sfeer in het voormalige dorp, bleek de gemeente wel de problemen van grote steden te ervaren. Dat Spijkenisse in deze periode in een identiteitscrisis (stad óf dorp) raakt noemen aantallen Spijkenissers hun woonplaats liefkozend 'Spijkcity of Spikecity'. Na deze periode stabiliseert het inwoneraantal. Spijkenisse bouwt na de taakstellende groeitijd weer meer duurdere woningbouw (Schenkel, Maaswijk) en kampt met vertrekkende inwoners uit oudere wijken naar andere gemeenten en een blijvende groei van inwoners uit Rotterdamse wijken die gesaneerd worden (bijvoorbeeld Pendrecht). Hierdoor wordt de bevolkingssamenstelling verder gemelleerd door de instroom van grotere groepen immigranten.

In de 21e eeuw slaat de gemeente een nieuwe koers in om na decennia van woningbouw de kwaliteit van het immers nog steeds karakterloze imago wat Spijkenisse nog steeds in de ogen van vele Nederlanders heeft op te poetsen: In een Stadsplan 2010/2020 besluit de gemeente het centrum zowel kwalitatief (sfeer en uitstaling) als kwantitatief (aantallen winkels) grondig te herinrichten; luxere voorzieningen te bouwen (publiekstrekkend) en bestaande (woning)bouw te herontwikkelen. Dit is tevens noodzakelijk gebleken om bewoners met nieuwe midden- en hogere klasse inkomens te lokken naar Spijkenisse die in de voorgaande decennia vooralsnog grotendeels Spijkenisse links hebben laten liggen. Juist voor deze inkomensgroepen wordt aan de zuidkant ruimte vrijgemaakt voor luxueuze woningbouw (in het dorp Hekelingen en Maaswijk-Landgoed); wordt op klassieke stijl een industrielocatie herontwikkeld tot klassiek ogende woningbouw (Centrum-Staalmeesters; Vierambachten) en wordt een nieuwe stadswijk ontwikkeld direct aan de Maas (De Elementen).

[bewerk] Ligging, infrastructuur, bereikbaarheid en openbaar vervoer

[bewerk] Verbindingen met het vasteland en het achterland

Spijkenisse ligt middenin het Rijn-Maasdelta. De rivieren Oude Maas en Spui, de kanalen Bernisse en Hartelkanaal en verderop ook de Noordzee, Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg omzoomen de plaats en vormen van oudsher natuurlijke barrières. Het dorp heeft -net als andere dorpen op Voorne-Putten eeuwenlang een enigszins geïsoleerde ligging gehad ten opzicht van het vasteland van Holland. Pas bij de opening van de Spijkenisserbrug over de Oude Maas (geopend in 1903) werd het contact met IJsselmonde en Rotterdam gestimuleerd. Hierdoor werd Spijkenisse (en de rest van Voorne-Putten) uit haar isolement gehaald. In de jaren '70 werd deze brug vervangen door een deel van de oude Moerdijkbrug, maar de portalen zijn behouden en herplaatst.

 
De Spijkenisserbrug ten tijde van groot onderhoud in 2002.

Vanaf Voorne-Putten zijn sinds de eerste brug enkele verbindingen gemaakt met het noordelijk gelegen havengebied van Rotterdam (waaronder de Hartelbrug bij Spijkenisse), maar deze sluiten gezamenlijk slechts op één punt net ten noorden van Spijkenisse (Botlektunnel en Botlekbrug) aan op Rotterdam. Naar het zuiden toe is Spijkenisse ontsloten richting Goeree-Overflakkee via de Haringvlietdam; richting de Hoekse Waard via een veerpontverbinding met Nieuw-Beijerland vanaf Hekelingen en een toeristisch fietsveer tussen Beerenplaat, Oud-Beijerland en Rhoon, echter geen van deze verbindingen naar het zuiden zijn zo overbelast als de eerder genoemde verbindingen richting Rotterdam en verder richting Den Haag, Utrecht, Dordrecht en Noord-Brabant die allen over de vaste bruggen en tunnels gaan en tevens gedeeld moeten worden met het omvangrijke goederenverkeer vanuit de Rotterdamse Havens. Het is tegenwoordig dan ook landelijk bekend dat dit deel van Nederland zeer slecht bereikbaar (en ontsloten) is, vooral in spitsuren.

[bewerk] Stoomtram en metro

De Spijkenisserbrug is in eerste instantie geopend als trambrug. In een tijd dat de auto nog niet gemeengoed was en spoorverbindingen economisch van groot belang waren, moest Voorne-Putten ook mee in de vaart der volkeren. De (stoom)tram van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij werd aangelegd, die langs de Groene Kruisweg naar Brielle en door de polder naar Hellevoetsluis liep. Deze lijn is door de oprukkende auto en autobus op 14 februari 1966 gestaakt. Tegenwoordig is de trambaan een fietspad.

In 1985 werd (in verband met de groeikern-verstedelijking) Spijkenisse wederom bereikbaar per rails, dit keer door aansluiting op het Rotterdamse metronet.

 
 

De Rotterdamse metro heeft tegenwoordig haar eindpunt in Spijkenisse. Nadat de metro vanuit de tunnel onder de Oude Maas is bovengekomen, stopt hij op de stations Spijkenisse Centrum, Heemraadlaan en De Akkers. Om vanuit Spijkenisse met de trein te gaan reizen, zijn er twee mogelijkheden:

Met de komst van de Calandlijn zijn de busverbindingen van Connexxion naar Schiedam komen te vervallen. De doortrekking van de Metro naar Spijkenisse werd geopend op 24 april 1985; van deze gebeurtenis is door de Smalfilm- en Videogroep Spijkenisse een opname gepresenteerd die in 2000 is uitgezonden door TV Rijnmond.

[bewerk] Tussen Randstad, havens, industrie en polders, dorpjes en rust

Het feit dat Spijkenisse het dorpse leven voorgoed vaarwel heeft gezegd betekent niet dat Spijkenisse -dat bekend staat een slaapstad te zijn onder de rook van Rotterdam en industrie- niets hiervan heeft weten te behouden. Doordat Spijkenisse direct aansluit op de havens en Rotterdam aan de noordkant is hier weinig van te zien. Kijkende naar het westen en zuiden is dit geheel anders. De stedelingen kunnen zich vermeien in het rustieke (Zeeuws aandoende) achterland, met dorpjes als Simonshaven, Zuidland en Biert en de in het jaren '80 weer uitgebaggerde kanaaltje de Bernisse.

 

wikipedia

 

 

 

 

.