Het actuele weer van Oostenrijk

Vakantie aanbiedingen Oostenrijk 

Inleiding
Oostenrijk ligt in het midden van Europa en ervaart invloeden van alle kanten. Het landklimaat uit het oosten, het Middellandse Zeeklimaat uit het zuiden, het zeeklimaat uit het noordwesten en het hooggebergteklimaat in delen van Oostenrijk zelf. Oostenrijk bevindt zich dan ook in een overgangsgebied. Ook de hoogteverschillen zorgen in Oostenrijk voor een verandering van het klimaat op korte afstand.

Geografie
Oostenrijk bestaat voor driekwart uit gebergte. De Alpen is de belangrijkste bergketen van Oostenrijk en bevindt zich in het westelijk en zuidelijk deel van het land. De bergen zijn bekend als de Oost-Alpen en zijn te onderscheiden in drie parallelle bergketens. Deze ketens dragen de namen Nördliche Kalkalpen, Zentralalpen en Südliche Kalkalpen. Deze Südliche Kalkalpen liggen voornamelijk in Italië.

Het land telt meer dan achthonderd bergtoppen die hoger zijn dan drieduizend meter en meer dan duizend gletsjers. De hoogste bergen liggen in Tirol en Vorarlberg, waarbij de Grossglockner met 3798 meter hoogte het hoogste punt van Oostenrijk is. Daarmee zijn de bergtoppen in Oostenrijk een stuk lager dan in Zwitserland en Frankrijk.

De boomgrens ligt in Oostenrijk op 1800 meter hoogte, daarboven beginnen de alpenweiden. Boven de 2800 meter is alleen eeuwige sneeuw en kale rotsen.

In het oosten van het land wordt het Alpengebergte lager en komen de hoogste bergtoppen tot 2500 meter. Verder naar het oosten daalt het gebergte af naar heuvelland en wordt uiteindelijk laagvlakte. Bij de Neusiedler See in het uiterste oosten ligt het laagste punt van het land. Dit meer van 356 vierkante kilometer groot ligt op 115 meter hoogte boven zeespiegel. Het meer is gemiddeld anderhalve meter diep.

In het noorden van het land loopt het Österreichische Alpenvorland, een uitloper van het Bohemerwoud. Dit is een gebied met heuvelruggen, bossen, weiden en brede dalen. De hoogste heuvels zijn iets boven de 1000 meter. In het lagere gedeelte tussen Österreichische Alpenvorland en de Alpen stroomt de Donau.

Het uiterste westen van het land watert af in de Rijn, maar de rest van Oostenrijk behoort tot het stroomgebied van de Donau. Alle Alpenrivieren stromen door grote meren, waardoor de waterstand wordt gereguleerd.

Klimaat
Oostenrijk bestaat uit twee klimaatgebieden. In de Alpen heerst een hooggebergteklimaat en in de lagere gedeeltes een overgangsklimaat. Dit overgangsklimaat neigt het meeste naar een zeeklimaat en volgens de klimaatdefinitie van Köppen is het zelfs een zeeklimaat. Reden hiervoor is dat de extreme eigenschappen van een landklimaat niet voldoende voorkomen.

Temperatuur
Afhankelijk van temperatuur en vochtigheidsgraad daalt in de bergen de temperatuur bij elke honderd meter stijging gemiddeld een halve graad. Hoe hoger men komt, des te groter de kans op vorst. De gemiddelde jaartemperatuur is in de Alpen beduidend lager dan in het oosten van het land.

Gemiddeld is het in Oostenrijk kouder dan in Nederland. De gemiddelde temperatuur is ook afhankelijk van de helling. Een noordelijke of een zuidelijke helling maakt veel uit. Boven de 1500 meter heerst het hooggebergteklimaat. Kenmerkend zijn de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, door de ijle lucht stijgt de temperatuur overdag snel. Boven de 1800 meter komt de gemiddelde temperatuur in de zomer niet veel hoger dan 10 graden Celsius.

De dalen zijn doorgaans warmer door de beschutte werking van de bergen. In het oosten wordt het snel warmer, omdat het landschap lager ligt. De zuidoostgrens en het oosten zijn redelijk warm met in juli temperaturen tussen de 25 en 26 graden. Het klimaat neigt hier naar een mediterraan klimaat. Alleen voor een echt mediterraan klimaat moet het zomers droger zijn. De hoogste temperatuur ooit is 39,7 graden en werd gemeten op 27 juli 1983 in Dellach in Drautal.

In de winter is het in heel Oostenrijk koud. Ook in de lagere gedeeltes vriest het licht. Overdag komt de temperatuur nauwelijks boven het vriespunt. De invloed van meren zoals de Bodensee zorgen nog voor enige tempering van de lage temperatuur. Bregenz is in januari het warmste plekje van Oostenrijk.

Neerslag
De neerslag in Oostenrijk verschilt enorm. Vooral in de noordelijke Alpen (Nördliche Kalkalpen) valt veel neerslag. Die vangen ook de eerste klappen op van de vochtige zeelucht uit West-Europa. In het uiterste westen van de Nördliche Kalkalpen valt de meeste neerslag van het land. In Bregenz aan de Bodensee valt jaarlijks 1627 millimeter regen. Op de Mädelegabel (+2645 meter hoogte) valt jaarlijks meer dan 2000 millimeter.

Het westen heeft in de zomer zelfs maandelijks meer dan 200 millimeter. In het oosten van het land is het een stuk droger. De hoogteverschillen nemen af en in het laagland ten noordoosten van Wenen valt jaarlijks 500 millimeter. De neerslag in Poysdorf is verdeeld over het hele jaar. Het zuidoosten is ook een stuk droger met in Graz 838 millimeter. De piek van de neerslag ligt in Graz in de zomer, terwijl het in de winter redelijk droog is.

Sneeuw
Hoe hoger het landschap, hoe kouder het wordt. De meeste neerslag in de Alpen valt als sneeuw. De grens van de eeuwige sneeuw ligt op 3200 meter hoogte.

Zomers varieert de nulgradengrens tussen 3000 en 4000 meter. Bij regenachtig weer zakt deze zo nu en dan tot 2500 meter of iets lager. Afhankelijk van het jaargetijde sneeuwt het ook in lagere gebieden.

Aan de onderzijde van de sneeuwgrens verdwijnt sneeuw in de vorm van lawines of smelt het langzaam af in de vorm van gletsjers. Op de allerhoogste bergtoppen in de Alpen valt de neerslag altijd als sneeuw.

In het lager gelegen oosten ligt het aantal sneeuwdagen op negentig dagen per jaar.

Zware verse sneeuwval maken de kans op droge- of stuiflawines groot. Vers gevallen, fijne, droge sneeuw schuift plotseling met grote snelheid van 200 tot 300 kilometer per uur als een dikke wolk over de bevroren ondergrond langs de steile helling omlaag. Een gering geluid als een schreeuw of een claxon zet de sneeuwmassa in beweging. Oostenrijk is door het klimaat een echt wintersportgebied. Skieen, snowboarden, langlaufen, winterwandelen alles is mogelijk. Het land telt honderden skigebieden of mogelijkheden voor langlaufen.


Onweer

De grens met Duitsland is een onweersrijke streek. De buien worden getriggerd door de plotselinge stijging van het landschap. In de Alpen op de hogere bergtoppen onweert het weinig. Vooral in Zuid-Tirol komt onweer weinig voor. Het zuidoosten van het land is wel onweersrijk. Hier komt op meer dan 30 dagen per jaar onweer voor. Dit onweersgebied staat in verbinding met een gebied van grote onweersactiviteit boven noord en oost Hongarije.

Zonneschijn
De zonneschijn is in Oostenrijk sterk afhankelijk van de hoogte. In de Alpen is in de bergen minder zon, dan in de dalen. Zo schijnt de zon in Obergurgl op 1938 meter hoogte jaarlijks 1321 uur. In het dal bij Lienz op 659 meter hoogte schijnt deze 1925 uur. Deze laagvlakte ten oosten van Wenen is het zonnigste gebied van het land. Hier aan de grens met Slowakije schijnt de zon ruim 2100 uur.

De lokale winden
Het bergachtige terrein en de temperatuursverschillen op korte afstanden zijn uitermate geschikt voor het ontstaan van berg- en dalwinden. Vaak gaat het hier om een dagelijkse gang, zoals wij ook tussen land en zee aan de kust kennen. Overdag stijgt de warme lucht uit het dal op en waait een dalwind. In de nacht daalt de koude lucht en staat een bergwind. Deze winden zijn lokaal van karakter.

De Föhn
Met een zuidelijke wind in Zwitserland kan de Föhn ontstaan. Het is een warme en droge valwind die vooral in het voorjaar voorkomt. Door een föhnwind stijgt de temperatuur in enkele uren met meer dan tien graden. De verwarming ontstaat doordat aan de loefzijde van de berg condensatiewarmte vrijkomt wanneer er neerslag valt. Daardoor is de wind aan de lijzijde op een bepaalde hoogte warmer dan op dezelfde hoogte aan de loefzijde. De wind gaat waaien tijdens een hogedrukgebied boven de Balkan en een lagedrukgebied boven Frankrijk, de westelijke Alpen of boven de Golf van Genua. In de zuidelijke Alpendalen gaat dit gepaard met sterke stijgingsregens.