|
Het actuele weer van Engeland
€ 40,- korting op uw boeking
in
Engeland |
Engeland maakt onderdeel uit
van Groot-Brittannië dat verder bestaat uit Schotland,
Wales en Noord Ierland. Op deze pagina beschrijven we
het klimaat van Engeland.
Inleiding
Wie aan Engeland denkt, denkt aan regen of mist. Hier
heerst een zeeklimaat en door de overheersende
zuidwestelijke winden wordt bijna voortdurend vochtige
zeelucht aangevoerd. Engeland is regenachtig, mistig,
maar heeft ook mooie zomers met palmstranden in het
zuiden.
Geografie
Engeland is ongeveer drie keer zo groot als Nederland.
Het grootste deel van het land bestaat uit laagland met
heuvels. Vooral de oostkant en de omgeving van Londen is
laaggelegen.
In het noorden ligt het Penninisch Gebergte met heuvels
en bergen tot 640 meter hoogte. In het uiterste noorden
tegen Schotland liggen de onherbergzame Cheviot Hills,
afgesleten overblijfselen van oude vulkanen.
In het westen bevindt zich het Lake District met de
hoogste bergtoppen van Engeland, zoals de Scafell Pike
van 978 meter. In het zuidwesten van Engeland bestaat
het landschap uit een bergkam met 621 meter als hoogste
punt.
Het kustlandschap van Engeland is gevarieerd met
kiezel-stranden, krijtrotsen en zandstranden. De
grootste rivier is de Theems en deze is 336 kilometer
lang. De meeste rivieren hebben een diepe bedding, zijn
rijk aan water met weinig verval. Toch kan in
regenachtige tijden een rivier behoorlijk overstromen.
Het tijdverschil aan de westkust is 13 tot 14 meter
hoog. Aan de monding van de Theems is deze vijf meter
hoog. Tot Engeland behoren ook de Kanaaleilanden Jersey,
Guernsey, Alderney en Shark, het Isle of Man, het Isle
of Wight, en de Isles of Scilly, waaronder St. Mary's.
Klimaat
In het algemeen is het in het westen natter dan
in het oosten en in het noorden koeler dan in het
zuiden. De winters zijn zacht en de zomers zijn
vergelijkbaar met Nederland. In het zuiden van Engeland
groeien palmbomen. Dit gebied staat bekend als de 'Cornish
Rivièra'. De temperatuur schommelt gemiddeld tussen de
8,5 en 11 graden. Het warmste is het aan de kusten van
Cornwall met in Penzance 11,3 graden.
Op veel plaatsen regent het op meer dan 200 dagen per
jaar. Gemiddeld valt in Engeland 700 millimeter regen,
minder dan in De Bilt. De neerslag hangt vooral samen
met over of ten noorden van de Britse Eilanden
passerende depressies. Deze veroorzaken ook de krachtige
winden in vooral het westen en het noorden van Engeland.
Door stuwing van de vochtige oceaanlucht tegen de
heuvels en bergen, zijn de neerslaghoeveelheden het
grootst langs de westkust en in het bergachtige noorden.
In de hogere delen in het noorden en zuidwesten valt
veel neerslag. In het Lake District valt 2000 millimeter
per jaar.
Hier in Lake District schijnt de zon ook minder. In de
bergen is het vaak bewolkt en schijnt de zon jaarlijks
1000 uur. Aan de kust schijnt de zon soms zo'n 1750 uur
per jaar. Vooral Cornwall is zonnig.
Mist komt vrij vaak voor. In het industriegebied van
Midden Engeland bijvoorbeeld op meer dan vijftig dagen
per jaar. In de vorige eeuwen kwam vaak ernstige smog
voor in de grote steden. Dit werd vooral veroorzaakt
door het stoken van goedkope brandstof.
De zomer
Juli is de warmste maand van het jaar. Het zuiden en de
omgeving van Londen zijn de warmste regio's, waar het
gemiddeld ruim 21,5 graden is in juli. Elders is de
invloed van de zee of de hoogte bepalend en is het
enkele graden koeler. In het binnenland wordt het zelden
warmer dan 30 graden.
Constant is de invloed van zee en oceaan merkbaar. Op
mooie zomerdagen steekt afhankelijk van de
omstandigheden een zeewind op. Hierdoor kan lokaal aan
de kust afkoeling ontstaan. De hoogste temperatuur ooit
werd gemeten op 10 augustus 2003, toen in Brogdale
(Kent) de temperatuur steeg tot 38,5 graden.
De beste zomers komen voor aan de zuid- en zuidwestkust,
waar de zonnig uitbundig schijnt. Het zonneschijnrecord
staat echter op Oost Engeland. In Eastbourne (Sussex)
scheen in juli 1911 de zon 383,9 uur. In het zuidwesten
vind je een gebied, met palmbomen en zandstranden. Dit
deel van Devon wordt ook wel 'The English Rivièra'
genoemd.
Onweren doet het in Engeland niet zo vaak. In Londen en
Birmingham gebeurt dit op 15 dagen in het jaar en in het
westen en noordwesten slechts op 8 dagen. Ter
vergelijking: in De Bilt onweert het 30 dagen per jaar.
Door de onweersbuien komt het maximum aan
neerslaghoeveelheden in het binnenland in de zomer voor.
Op 18 juli 1955 viel de grootste hoeveelheid ooit
gemeten in Engeland. In Martinstown viel toen 279
millimeter in 24 uur.
Winter
In januari is het 's nachts in grote delen van het land
zo'n 1 tot 2 graden boven nul en in het zuidwesten 4
graden. Overdag is het zo'n 5 tot 9 graden. De
aanwezigheid van de zee zorgt ervoor dat aan de kust de
laagste wintertemperaturen doorgaans aan het eind van
februari worden gemeten. In het binnenland worden de
laagste temperaturen al in januari bereikt.
Voor een echte koude nacht moet sprake zijn van
stralingsvorst. Een sneeuwdek, een heldere hemel en de
afwezigheid van wind zijn ideale omstandigheden voor
extreem lage temperaturen. Op 10 januari 1982 daalde de
thermometer onder dit soort omstandigheden tot -26,1
graden in Newport, waarmee de laagste temperatuur ooit
in Engeland werd genoteerd.
Aan de kust zijn de minima minder extreem, met in
Plymouth ooit eens een -8,8 graden. Hoge
wintertemperaturen komen hier vaker voor. De warme
zuidwestelijke wind kan dan in januari achter de heuvels
een föhneffect veroorzaken en de temperatuur opstuwen
tot 16 graden.
Terwijl in Engeland de neerslag in alle jaargetijden
valt, is aan zuidkust een wintermaximum in de
neerslaghoeveelheden terug te vinden. In Penance (Devon)
valt in januari 132 millimeter. In het binnenland is dit
beduidend minder. Sneeuw komt vooral voor in de heuvels
en bergen. In het noorden sneeuwt het op 50 dagen, aan
de zuidwestkust op 10 dagen. Zelden blijft de sneeuw
liggen in de lagere delen van het land.
Met de aanwezigheid van depressies en zee is het
verklaarbaar dat er ook veel wind staat. De meeste wind
komt voor bij het passeren van een diepe depressie ten
noorden of over Engeland. In Devon en Cornwall stormt
het op 15 dagen in het jaar. In het binnenland van
Engeland is dat op 5 dagen per jaar. Maar naarmate het
terrein hoger ligt, neemt de windsnelheid toe. In de
bergen zoals bij Great Dun Fekk stormt het op 114 dagen
per jaar. De hoogste windstoot is gemeten op 15 december
1979. In Gwennap Head (Cornwall) registreerde de
windmeter een windstoot tot 189 kilometer per uur.
|
|